skip to Main Content
Menu

Taalmoeilijkheden

Ouders vragen mij wel eens of ik veel meertalige kinderen zie. Omdat veel meertalige kinderen taalproblemen hebben. Ik leg ze dan vaak het volgende uit:

Kinderen met alleen een achterstand in de nieuwe taal (vaak het Nederlands) komen vaak niet bij mij. Dit noemen we een ‘blootstellingsachterstand’. Oftewel; deze kinderen kennen het Nederlands nog niet zo goed omdat ze het Nederlands nog niet zo veel gehoord hebben. Bijvoorbeeld omdat thuis weinig Nederlands gesproken wordt. Dan is het logisch dat ze de tijd moeten krijgen om die taal te leren. Bijvoorbeeld als ze voor het eerst naar de peuterspeelzaal of de basisschool gaan. Het duurt enkele jaren voordat deze kinderen hun tweede (of derde) taal net zo goed kennen als hun moedertaal. Daarvoor is extra ondersteuning bij de logopedist niet nodig.

7% van alle kinderen heeft zo’n grote achterstand in de taal, dat ze die niet vanzelf inhalen. Soms is er ook een andere ontwikkeling van de taal. We noemen dat een taalstoornis. 7% van alle kinderen, dus ook van de meertalige kinderen. Vaak zien we dan ook dat er in de moedertaal problemen zijn.

De moeilijkheid bij meertalige kinderen is, dat er geen testen zijn die een goed vergelijk maken met andere kinderen in dezelfde taalsituatie. Daarom kunnen wij als logopedisten niet altijd goed vaststellen of het ‘gewoon’ om een achterstand gaat of om een stoornis. Daarvoor doen we uitgebreid onderzoek, stellen we vragen aan ouders over de ontwikkeling van de verschillende talen en zijn we kritisch tijdens onze behandelingen. Soms is een moedertaalonderzoek nodig met een tolk, dan verwijzen we door naar een Audiologisch Centrum.

Kortom: we behandelen over het algemeen een even groot percentage meertalige kinderen als eentalige kinderen. Mogelijk iets meer meertalige kinderen, omdat we willen voorkomen dat we een taalstoornis over het hoofd zien. Dan merken we na enige tijd behandelen dat een kind goed vooruitgaat en is behandeling niet meer nodig.

Back To Top