skip to Main Content
Menu

Wat is een taalontwikkelingsstoornis?

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis hebben moeite om zich te ontwikkelen op het gebied van taal. Ze vinden het bijvoorbeeld moeilijk om woorden en klanken te onthouden. Wat de oorzaak is van een taalontwikkelingsstoornis dat weten we nog niet precies, maar mogelijk ligt een deel van het probleem in de hersenen.

Ongeveer 7% van de kinderen heeft een taalontwikkelingsstoornis. Dat komt neer op twee kinderen per klas. Sommige kinderen brabbelen of praten weinig tot niet op een leeftijd waarop dat wel normaal is. Een reden om aan de bel te trekken.

Een taalontwikkelingsstoornis herken je aan:

  • Moeite met de taalvorm, dus onjuiste grammatica, woordvorming en zinsopbouw.
  • Moeite met het uitspreken van klanken en van woorden met meer lettergrepen.
  • Niet goed begrijpen wat er gezegd wordt.
  • Langzame opbouw van woordenschat, dus weinig woorden leren en moeite het juiste woord te kiezen in de juiste situatie.
  • Niet goed een verhaal kunnen vertellen.

Niet ieder kind met een taalontwikkelingsstoornis heeft last van al deze problemen. Soms wisselen de symptomen per levensfase.

Taalontwikkelingsstoornis of taalachterstand?

Een taalachterstand is iets anders dan een taalontwikkelingsstoornis. Alle kinderen met een taalontwikkelingsstoornis hebben een taalachterstand. Maar niet alle kinderen met een taalachterstand hebben een taalontwikkelingsstoornis.

Een taalachterstand ontstaat soms ook als een kind te weinig te maken krijgt met taal in de eerste levensfase, bijvoorbeeld:

  • Omdat ouders weinig voorlezen.
  • Te weinig praten met hun kind.
  • Het kind de kans niet geven om te leren praten, door zelf de zin steeds af te maken.
  • Een kind dat weinig met taal in aanraking komt leert eigenlijk nooit goed praten. Dat heeft niets te maken met een probleem in de hersenen.

Taalachterstand door meertaligheid

Soms ontstaat een taalachterstand door een meertalige opvoeding. Dat is heel normaal. Kinderen leren verschillende uitspraken, klanken en betekenissen en moeten deze ook nog eens koppelen aan de juiste taal. Deze taalachterstand wordt meestal weer vanzelf ingehaald.

Spreeknormen

Hieronder een tabel met spreeknormen die passen bij de ontwikkelingsleeftijd van uw kind:

Leeftijd Wat een kind minimaal moet kunnen
12 – 18 maanden

·       Begrijpt opdrachtjes met twee woorden

·       Kan één of meer lichaamsdelen aanwijzen

·       Veel en gevarieerd brabbelen met af en toe een herkenbaar woord

18 – 24 maanden ·       5 tot 10 woordjes
2.0 – 2.6 jaar

·       Begrijpt zinnetjes met drie woorden

·       Tweewoorduitingen; woordopbouw nog onvolledig

2.6 – 3.0 jaar ·       Driewoorduitingen; woordopbouw nog onvolledig
3.0 – 3.6 jaar

·       Drie tot vijfwoorduitingen

·       Ongeveer de helft is verstaanbaar

3.6 – 4.0 jaar

·       Vertelt spontaan wel eens een verhaaltje

·       50-75% verstaanbaar

4.0 – 5.6 jaar

·       Kan een verhaaltje navertellen aan de hand van plaatjes

·       Enkelvoudige zinnen; problemen met meervoudsvormen en vervoegingen

·       75-90% verstaanbaar

5-6 jaar

·       Goed gevormde, ook samengestelde zinnen

·       Goed verstaanbaar

·       Concreet taalgebruik

SNEL-test

Met de SNEL-test kunt u bekijken of het verstandig is hulp te zoeken voor de taalontwikkeling van uw kind. Zie: http://kindentaal.kindenlogopedie.nl/site/sneltest

http://toskompas.nl/

Volwassenen

Bij volwassenen kan de taal moeilijkheden geven na een herseninfarct. Het kan dan lastiger zijn om op woorden te komen of om zinnen te formuleren.

Ook kan het gaan om andere vormen van miscommunicatie: het is dan lastig om duidelijk een boodschap over te brengen of om ‘to-the-point’ te komen.

Back To Top